Geschiedenis

Een ongewenste oorlogsbaby

De Tweede Wereldoorlog bracht Zevenbergen niet veel goeds. Het suikerstadje aan de Roode Vaart werd tot twee maal toe zo goed als geheel vernield. Van het oude centrum met zijn prachtige statige herenhuizen bleef weinig over. Zowel bij de bezetting in mei 1940 als bij de bevrijding in november 1944 is een dik bommentapijt over ons stadje gegooid. Zevenbergen ligt nu eenmaal vlak bij de zeer strategische Moerdijkbruggen en moest daar haar tol voor betalen. De oorlog had niet veel goeds in petto. De Pruis bracht hel en verdoemenis. Ook het verenigingsleven ging gebukt onder een zwaar juk. Zeker toen de Duitsers een einde maakten aan alle christelijke (jeugd)verenigingen.

Dus ook aan de Christelijke Jeugdvereniging Oranje Garde uit Zevenbergen. Een club waar wekelijks een paar honderd jongens en meisjes vertier vonden. Maar met één pennenstreek kwam daar een einde aan. De jeugd stond op straat. Het zijn heldere geesten geweest die het plan opvatten een sportvereniging in het dorp op te richten. Het enthousiasme was groot. Een groot probleem ontstond toen de overheid toestemming weigerde voor een oprichtingsvergadering. Het gemeentebestuur onthield de vergunning omdat men in het gemeentehuis van mening was dat één sportvereniging al voldoende was in Zevenbergen. En zo leek er een einde te komen aan de sportclub al voor zij was opgericht.

Heldere geesten geven echter niet zo snel op. Zien als het donker is altijd wel ergens een lichtje branden. Alle boeken werden uitgeplozen, verordeningen werden gespeld en wetten ontleed. De initiatiefnemers ontdekten dat er voor het houden van vergaderingen in kerken of kerkelijke gebouwen geen toestemming van de overheid nodig was.

En zo kon het gebeuren dat op 12 mei 1941 in de consistoriekamer van de Nederlands Hervormde Kerk 56 jongens en meisjes bijeenkwamen om de oprichting van Seolto bij te wonen. Seolto: Samenspel En Oefening Leiden Ter Overwinning.

Er werd een dagelijks bestuur benoemd. Voorzitter werd George Andrea, secretaris werd M. Fruyt van Hertog en de penningen werden beheerd door mejuffrouw S. van Eekelen. Andere namen die rond de oprichting worden genoemd zijn Gerrit Malipaard, Lambert van Eekelen en Willem van Mourik. Seolto was een echte omnisportvereniging. Naast voetbal kon de jeugd er terecht voor wandelen, atletiek en korfbal. Er was zelfs een tak waar men de edele kunst van het toneelspelen bedreef. Het ging direct na de oprichting fantastisch met de jonge club, die wel eens gekscherend ‘een ongewenste oorlogsbaby’ wordt genoemd. Voor mei 1941 geschiedenis was hadden al meer dan tweehonderd mensen zich al lid aangemeld. Een bliksemstart!

Met v.v. Virtus

Seolto heeft altijd een stevige relatie met voetbalvereniging Virtus gehad. Zo ook in de beginjaren. Er was zo na de oprichting heel wat gedelibereer voor nodig om van onze zustervereniging RKVV Virtus toestemming te verkrijgen voor het medegebruik van het sportpark nabij de suikerfabriek. Tot 1951 speelden beide verenigingen daar. Als clubhuis werd Hotel De Beurs gebruikt. Omdat deze horecazaak ook over een zaal en een podium beschikte konden hier de toneeluitvoeringen worden gegeven. De opbrengsten van de toneelavonden gingen in de algemene clubkas.

De eerste officiële wedstrijd was die tegen Virtus. In september 1941 werd Seolto met 3-2 door buurman Virtus verslagen. Seolto ging toen nog niet in oranje en wit over de velden, maar droeg een wit shirt en een groene broek. De wedstrijd tegen Virtus zette de toon en zorgde ervoor dat de behoefte toenam om aan een competitie deel te nemen. Op naar de Nederlandsche Voetbal Bond, afdeling Noord-Brabant.

Om principiële redenen wilde Seolto niet op zondag voetballen. Zondag was de rustdag. Dus ging de club met enkele verenigingen uit Tholen en Bergen op Zoom op zaterdag een competitie spelen. Reizen was echter een groot probleem. De oplossing werd gevonden toen Seolto erin toestemde alle wedstrijden op een terrein in Bergen op Zoom te gaan spelen. Voor de spelers een hele aderlating want ze waren nu elke zaterdag van een uur of elf tot zeven uur ‘s avonds onderweg. Maar ja, je wilt voetballen of niet…

De eerste competitiewedstrijd

In de eerste echte competitiewedstrijd was WHS uit St.-Annaland de tegenstander. Vol goede moed, met gepoetste schoenen en strak gestreken broekjes en begeleid door een flinke schare supporters reisde Seolto af naar Bergen op Zoom. Om eens lekker te voetballen. Tenminste, dat dacht Seolto. Eenmaal in de wei bleek dat Seolto alleen maar werd gebruikt omdat er bij elke partij voetbal nu eenmaal een tegenstander moet staan. De Zevenbergse ploeg werd helemaal weggespeeld. De man die de stand op het scorebord moest bijhouden stond het zweet op de rug. Binnen een vloek en een zucht was het 11-0 voor WHS. Twee minuten voor het laatste fluitsignaal wist Gerrit Malipaard de eer te redden door een tegendoelpunt te maken. Voor aanvoerder Henk Dubbelman was dat het teken zijn mannen nog eens extra aan te moedigen. Hij riep: “Aanpakken mannen, we kunnen nog makkelijk gelijk maken!” Dat lukte net niet. In de eerste competitiewedstrijd werd Seolto met 11-1 afgedroogd.

Het zat die competitie niet mee. Door evacuaties en reisbelemmeringen bleef het voor Seolto bij deze ene wedstrijd. Maar nood breekt wetten, ook in oorlogstijd. Dus stemde een aantal zondagverenigingen er mee in om op zaterdag tegen Seolto te spelen. Klonk goed, werd niks. Verenigingen met een veld dat onbespeelbaar bleek te zijn, vergaten Seolto in te lichten. Gevolg was dat Seolto onnodig op reis ging. Niet alleen een gevaarlijke onderneming maar ook een dure. Het was die competitie helemaal niets. Maar het duurde gelukkig slechts een jaargang.

In 1943 werd in het gemeentehuis van Breda een competitie voor bedrijfselftallen opgezet. Onder goedkeuring van de NVB. Seolto werd ook toegelaten. Al kreeg de Zevenbergse club de voorwaarde dat eerst alle uitwedstrijden moesten worden gespeeld voor de verenigingen naar Zevenbergen kwamen. Ondanks alle gevaren en moeilijkheden van reizen naar Breda werd het een zeer plezierige competitie. En de laatste in bezet Nederland.

De competitie 1946-1947 vond onder heel andere omstandigheden plaats. Seolto speelde in de Eerste Klasse van de NVB-afdeling Brabant. Titelaspiraties had de club niet in die competitie, maar toch was Seolto een gevreesd tegenstander. De ontmoetingen met VVN (nu VV Klundert) en Chrislandia uit Heijningen waren regelrechte regiothrillers.

Het ledental van de voetbalafdeling bleef groeien. Tegen het einde van de jaren veertig kon een tweede elftal in competitie worden gebracht. Ook de clubkleuren veranderden. Het groen-wit uit de oorlogsjaren maakte plaats voor oranje-wit, een combinatie die we nog steeds kennen. In 1951 bestond Seolto tien jaar. Feest dus. Het werd gevierd in café Musters aan de Zuidhaven met de opvoering van de musical ‘Hoera, die zit’.

Korfbal

Zoals eerder al was te lezen kreeg Seolto bij de oprichting verschillende takken. Eén ervan was de korfbalafdeling. Nu glimlachen we er om maar in de jaren veertig en vijftig was korfbal helemaal niet zo’n vanzelfsprekende sport zoals het nu is. Veel ouders hadden er bezwaar tegen dat hun kinderen een gemengde sport gingen beoefenen. Het bestuur moest soms uren praten voor een jongen of een meisje toestemming kreeg van de ouders. De korfbalpoot van Seolto heeft zeven jaar bestaan. In de beginjaren was er in Brabant geen zaterdagbond en dus zagen de Zevenbergenaren zich genoodzaakt aansluiting te zoeken bij de Zeeuwse Korfbal Bond. Daar stond echter al een vereniging met de naam Seolto geregistreerd dus veranderde het West-Brabantse team de naam in de Zevenbergse Korfbal Club (ZKC). Belangrijke data op de kalender waren Hemelvaartsdag met het bondstoernooi en tweede pinksterdag met het eigen toernooi. Er namen een keer twaalf verenigingen deel aan het pinkstertoernooi. Na zeven jaar kwam er een einde aan de ZKC.

De jaren vijftig

De jaren vijftig waren de jaren van de wederopbouw van ons land. De Molenstraat werd herbouwd, de Langenoordstraat, d’Aovekaant, de Markt. Zevenbergen herrees uit haar as. Oudere plaatsgenoten hoor je vaak zeggen dat het toen hard werken was maar dat de Brabantse gezelligheid de mensen motiveerde door te gaan. Ook Seolto beleefde boeiende jaren. En ook onder vaak povere omstandigheden. Na de wedstrijd ‘douchen’ in een zinken teil met slootwater of je omkleden in een niet-verlichte boerenschuur tussen de koeien en varkens. En voor je de verharde weg weer opstapte nog even met je glimmende schoenen in een verse koeienvlaai.

Nu staat het trainingsveld elke avond als het nodig is in het licht zodat ook in het seizoen met de lange nachten kan worden getraind. In de jaren vijftig niet. Gewoon in het donker trainen kwam meer dan eens voor. Als je geluk had viel er wat openbaar licht op het veld. Uitwedstrijden waren hele happenings, al kende men dat woord toen nog niet. Eerst stelden de firma’s Kuijpers en Hartmann bestelwagens beschikbaar voor het transport van de elitetroepen. Later zette Goverde & Kouters luxe touringcars in voor het vervoer van spelers naar uitwedstrijden. Niet zelden zaten de bussen afgeladen vol met spelers, begeleiders, bestuur, supporters anderszins geïnteresseerden. Je wilde in die tijd gewoon geen wedstrijd missen!

Het was vaak spannend, dikwijls groot feest, soms teleurstellend. Maar het was altijd gezellig. Vooral de tussenstops in café Limaya in Raamsdonksveer of in De Merel in Bergen op Zoom staan velen nog in het geheugen gegrift. In het eigen clublokaal werd ook van alles gedaan om de clubgeest te versterken. Denk aan de druk bezochte poteravonden.

Die poteravonden grepen plaats in een lokaal horecabedrijf, want Seolto had geen eigen kantine. De mannen voetbalden in die tijd aan de Huizersdijk. Als clublokaal dienden in de loop der jaren de cafés Musters, De Deugd en Den Ouden. In november of december werd de poteravond gehouden.

Het was altijd een traktatie van de kastelein aan de club. Door rijkelijk met de zoutpot boven de lekker vet gebakken poters te schudden zorgde de cafébaas dat zijn cliënteel veel dorst kreeg. En zo verdiende hij zijn aardappeltjes weer snel terug. Toen Seolto een eigen kantine kreeg was het snel gedaan met de poteravonden. Helaas.

Hippies

Sportief gezien waren de jaren ’50 geen decennium om opgewonden over te worden. In 1956 dreigde Seolto zelfs naar de tweede klasse onderafdeling te verdwijnen. De bond had in al haar wijsheid besloten de eerste twee klassen bij elkaar te vegen. Onze oranje brigade moest een beslissingswedstrijd tegen PTT Breda spelen om aan de tweede klasse te ontkomen. Gelukkig liet de uitslag, 5-0, er geen twijfel over bestaan: Seolto hoorde in de eerste klasse

Een seizoen later werd het tweede team kampioen; het eerste senioren kampioenselftal! De selectie werd door een Poolse trainer in conditie gehouden. Maar hij slaagde er niet in de club naar de grote KNVB te leiden.

In het begin van het hippietijdperk kreeg Seolto eindelijk vaste grond onder de voeten. Na twintig jaar te hebben rondgezworven langs velden bij de suikerfabriek, aan de Huizersdijk, de Lage Wipstraat en de Industrieweg, slaagde voorzitter Jan Siereveld er in een accommodatie aan de Pastoor Van Kessellaan te betrekken. En daar was zustervereniging Virtus weer. Samen deelden de twee clubs het complex en dat ging volgens de overlevering niet altijd even gemakkelijk. E oranjehemden hadden een speelveld, een kleine en slecht verlichte oefenhoek en een houten keet met twee kleedruimten. In het midden huisde de scheidsrechter. Het gebouw was geen Hilton en zo kon het gebeuren dat scheidsrechter Piet Drop uit Sprang Capelle zijn schoenen vol met water terugvond.

De term kantine deed aan andere verenigingen denken. Zelf had Seolto er nog geen. Maar Bertje de Gouw in de Azelmastraat zorgde er voor dat er in de rust altijd een bak thee was.

Sportief gezien ging het de club langzaam beter af. Lag dat aan de Goedkeuring bij Koninklijk Besluit op 31 mei 1961, waarbij de naam officieel werd Samenspel En Oefening Leiden Tot Overwinning. Maar er hing wat in de lucht. Zo veel is zeker.

Successen

Het seizoen 1963-1964 zou een van de mooiste uit de historie worden. Bas Ardon keerde terug als aanvoerder en trainer Veenhof zette zijn troepen elke week op scherp. Bij de winterstop stond de club derde achter Olympia en ONI. En vanaf januari 1964 ging het mogelijk nog beter. Negen wedstrijden op rij werden met (toen nog) twee punten afgesloten en op 25 april werd Seolto in de thuiswedstrijd tegen WHS kampioen. Na 23 jaar bereikte het eerste elftal eindelijk de ‘grote’ KNVB. Dat moest gevierd worden! In café Den Ouden duurde het feest tot het krieken van de dag. Weet dat er in die tijd vijf spelers van Seolto in het Brabants elftal stonden! Het succes zorgde voor uitstraling naar de plaatselijke bevolking. Het ledental groeide in het daaropvolgende seizoen flink en Seolto kon met drie senioren elftallen aan de competitie deelnemen. In de vierde klasse nam Seolto direct de koppositie in. Dat was mede te danken aan Nab Wedage en Giel Oors. Bijna lukte het de vereniging om twee keer in hetzelfde jaar kampioen te worden. Door puntverlies tegen Sleeuwijk kon het kampioensfeest echter ‘pas’ op 16 januari 1965 worden gevierd. Henk Crezee scoorde in de wedstrijd tegen Zuilinchem drie keer. Giel Oors en Gerrit de Visser maakten de 5-0 rond. Seolto was dat seizoen de eerstee KNVB-kampioen en kwam daarmee op televisie! Een paar weken later kon ook de titel officieus zaalvoetbalkampioen van Nederland op de palmares worden bijgeschreven. Wat een prestaties.

Wat er precies aan de hand was zal altijd wel een raadsel blijven maar ook in de derde klasse KNVB liep het eerste als een trein. Tenminste, in het begin. Na zes wedstrijden voerde Seolto de competitie aan. De elf sloten de competitie eervol af in de middenmoot.

Na drie jaar derde klasse zat het er gewoon op.

Een aantal routiniers vertrok en Seolto moest een stapje terugdoen. Maar met veel plezier denken veel oranje harten nog terug aan deze eerste succesperiode. De naam van Seolto was tot heel ver buiten West-Brabant bekend geworden.

Zaalvoetbal 

In 1965 nam Seolto in Waddinxveen deel aan een zaalvoetbaltoernooi, georganiseerd door het dagblad “De Rotterdammer”. Dit was een van de sterkst bezette zaalvoetbaltoernooien van Nederland waar vele 2e klassers (toen nog de hoogste klasse in het zaterdagvoetbal) aan meededen. In de voorronde bleven de mannen van trainer van Gelder (die zelf ook meedeed) ongeslagen, en door een 2 – 0 overwinning op Duno uit Den Haag bereikte Seolto de finale. Een finale die gespeeld moest worden tegen de landskampioenen van het zaterdagmiddagvoetbal IJsselmeervogels uit Spakenburg. Ondanks de 2 internationals die bij IJsselmeervogels meededen, wisten die dekselse jongens uit Zevenbergen de wedstrijd met 1 – 0 te winnen. Met een beetje chauvinisme kan men zeggen dat Seolto “officieus” zaalvoetbalkampioen van Nederland was.

Dat het op de receptie die bestuur en spelers hielden ter ere van de promotie naar de 3e klas een drukte van belang was, mag na het lezen van bovenstaande successen wel duidelijk zijn.

Onderdak

Het enthousiasme van de leden hield gelijke tred met het succes van het eerste elftal. Met man en macht werd gewerkt aan een accommodatie die bij het elan van de club paste. De roep om een eigen kantine klonk steeds luider. Nu was bekend dat er naast het Seolto-terrein een houten gebouw stond waarin de Nederlandse Kleding Industrie een atelier had gevestigd.

Toen de NKI vertrok was het bestuur er als de kippen bij. De gemeente werd toestemming gevraagd de keet in gebruik te nemen als kantine. Het college van b en w knikte minzaam en binnen zeven weken was de bouwval van de NKI omgebouwd tot een kantine die er zijn mocht. Eerder was in Oudewater een tweede houten gebouw gekocht en die is ingericht als kleedaccommodatie. In het seizoen 1967-1968 stond er een volwaardig voetbalcomplex Seolto ten dienste.

Licht

Seolto draaide best lekker in de vierde klasse KNVB. Tot het seizoen 1970-1971, de jaargang waarin het dertigjarig bestaan moest worden gevierd. De hele competitie bungelde Seolto achter aan de ranglijst, droeg dan weer eens de rode lantaarn om die vervolgens weer even af te geven. Maar toen de finish in zicht kwam zette de elf een eindsprint in waardoor men er toch een beslissingswedstrijd uit wist te slepen. Onder aanvoering van Nab Wedage konden de eerste elf het echter niet bolwerken tegen Brakel waardoor Seolto na dertig jaar weer terug was op het niveau waar het ooit was begonnen. Toch was 1970-1971 geen verloren seizoen. Het moet januari geweest zijn toen een lid aan voorzitter G. Andrea vroeg: “Zeg, wanneer krijgen we een lichtinstallatie.” Andrea was niet voor een gat te vangen en antwoordde onmiddellijk: “Bij het dertigjarig bestaan!” Klare taal dus. Een paar weken later lag er een volledig uitgewerkt plan op tafel. Dankzij de schier onuitputtelijke energie van veel leden en met steun van het bedrijfsleven kwam de installatie. In het najaar van 1971 kon burgemeester Frans Reijnders voor het oog van 650 man publiek de aftrap geven voor wat als de eerste lichtwedstrijd van de vereniging de boeken is ingegaan. Het eerste doelpunt in die wedstrijd (tegen Rood-Wit St. Willebrord) was van Wim Ossewaarde.

Groei

De gemeente Zevenbergen groeide enorm in de jaren zeventig. Waar de Dr. Ariënslaan jarenlang de noordelijke grens van de kern vormde leek het in dat decennium wel of er elk jaar een wijk bijkwam. Nieuwe wijk, nieuwe inwoners, nieuwe leden. Voor het eerste werd in het seizoen 1971-1972 met vier seniorenelftallen meegedaan aan de competitie van de bond. Elke zaterdag werd van ‘s morgens 09.00 tot ’s avonds 18.00 uur op het hoofdveld aan de Pastoor Van Kessellaan gespeeld. Als het echt nodig was mocht op een veld van Virtus worden gespeeld.

Een zeer memorabel moment voltrok zich in de kantine toen voorzitter George Andrea in 1972 de voorzittershamer overgaf aan Rook Eland. Andrea was in 1941 een van de oprichters van de vereniging en was sinds dag 1 – zij het met een onderbreking – voorzitter geweest. Hij werd met ieders instemming tot erevoorzitter benoemd.

Hoe verging het ’t vlaggenschip van de vereniging in de jaren ’70. Niet erg best. In het seizoen 1973-1974 voetbalde het elftal wel maar verzuimde het punten te halen. Na vijf wedstrijden stond het team onderaan. Daar kwam trainer Jan Dietvorst (inderdaad, een Dietvorst). Hij bracht het plezier en de lol weer terug bij de spelers van het eerste en al snel had de oranje-witte brigade weer de naam van een gevreesd tegenstander. De beloning kwam een seizoen later. De ‘mannen van de Pioen’ verloren de kampioenswedstrijd tegen Tholense Boys met 1-0 maar de promotie naar de KNVB was een feit. Eindelijk was Seolto waar het thuishoorde: de vierde klasse KNVB.

De groei van de vereniging hield aan. Steeds vaker moest een beroep worden gedaan op het improviserend vermogen van het bestuur om alle wedstrijden afgewerkt te krijgen. Bij tijd en wijle moest zelfs op noodvelden aan De Knip worden gespeeld. De boord kwam iets minder strak te zitten toen de gemeenteraad besloot Virtus te verhuizen naar een nieuw sportpark aan de Westrand. Seolto kon uitbreiden en smeedde plannen voor de bouw van een nieuwe kantine. Die kon in 1981 worden geopend. Helaas verliep het ’t eerste dat jubileumjaar (ook?!) minder goed. Het degradeerde naar de onderafdeling. Jubilea en sportieve successen gaan bij Seolto niet hand in hand. In dat jubeljaar waren er zes senioren- en elf jeugdploegen.

De terugkeer naar de KNVB liet volgens velen daarna te lang op zich wachten. In 1986 werd Frans de Waal voorzitter en nam de vereniging afscheid van Rook Eland die erevoorzitter werd. Pas in het seizoen 1988-1989 slaagde het boegbeeld van de club er in de al zo lang gewenste overstap naar de KNVB te maken. Onder leiding van trainer Peter Luyten en onder het toeziend oog van 500 meegereisde supporters versloeg Seolto DVO in Fijnaart met 2-1. Enkele namen uit dat elftal: Kees Gelens, Marcel Beljaars, Frank de Koning, Jeroen Snuverink, Hans Korteweg, Leon de Visser en Christ Otto.

Helaas, helaas verbleven onze jongens maar een jaar in de KNVB-competitie. In het jaar van degradatie deed het tweede het een stuk beter. Onder leiding van Rinus van Tilborgh was dit team al lang voor het einde van het seizoen kampioen en promoveerde het naar de reserve tweede klasse.

Eerste klasse

De jaren negentig betekenden voor Seolto enkele dieptepunten, maar veel meer hoogtepunten. Opmerkelijk is dat er in de laatste tien jaar slechts één seizoen is geweest waarin niets bijzonders gebeurde. Alle jaren was er promotie, degradatie of bekerwinst. Alleen aan het einde van het seizoen 1995-1996 gebeurde er niets. En toch promoveerden de oranjehemden toen door de reorganisatie van het KNVB- klassenstelsel.

Onder leiding van trainer Hans Rasenberg pakte Seolto in de jaargang 1990-1991 de beker van de afdeling Noord-Brabant. In de bekerfinale speelde het eerste op het terrein van Madese Boys tegen SV Capelle. Frank de Koning en Kees Gelens zorgden voor de eindstand van 0-2. De buit was binnen.

Een jaar later mocht de oranje brigade zich na de wedstrijd tegen Baronie uit Breda kampioen noemen van de eerste klasse onderafdeling Brabant. Een titel die onder leiding van Cees Broeders werd binnengehaald. Maar veel mooier dat jaar was de winst in de voorronde van het algemeen kampioenschap afdelingsvoetbal van Nederland. Die werd in Eerbeek gespeeld. De finalewedstrijden werden in Marken gespeeld. Vier volle bussen vertrokken op het parkeerterrein aan de Pastoor Van Kessellaan. Het was een heus hoogtepunt in de clubgeschiedenis. De eindstand van het toernooi: 1. Floreant, 2. Rood-Wit Amsterdam, 3. Seolto, 4. Tiendeveen. Het goud ging dus naar Floreant, maar de voorzitter van die vereniging was zo enthousiast over het door Seolto gebrachte spel dat hij de beker wat hem betreft ook naar Zevenbergen had mogen gaan.

Chrislandia was de kampioen van de vierde klasse KNVB het seizoen 1992-1993. Seolto speelde een promotiewedstrijd tegen ONI op het sportpark van Good Luck in Raamsdonksveer. Dankzij doelpunten van Dennis van Wassenaar en wederom Frank de Koning won Seolto en volgde promotie naar de derde klasse. Die overgang bleek een jaar later iets te groot te zijn geweest. De beslissingswedstrijd in Dinteloord tegen Chrislandia ging verloren.

De competitie 1994-1995 was de laatste die op sportpark Centrum aan de Pastoor Van Kessellaan is afgewerkt. En met succes. In de nacompetitie werd afgerekend met Herovina (0-2, Justin François en Léon de Visser) en DVO (3-0, Jeroen Snuverink, Christ Otto en Jaap van Dam.)

Het derdeklasserschap kwam tegen het einde van het seizoen 1995-1996, het eerste op sportpark De Meeren, nog flink in gevaar. Maar de vaandeldragers toonden hun veerkracht met de finish in zicht. Door fantastische uitoverwinningen op Zwaluwe (nummer 2 in de competitie) en Good Luck (kampioen) stelden de eerste elf het verblijf in de derde klasse veilig. Na dit seizoen werd afscheid genomen van Cees Broeders. Door de nieuwe opzet van de KNVB-competities ‘promoveerde’ Seolto die zomer, zonder een bal aan te raken, naar de tweede klasse.

Onder leiding van Cees Machielse pakte de club de eerste en de derde periode en werd ze tweede achter kampioen Breda. In de nacompetitie werd afgerekend met Vuren en Sleeuwijk, waarna Seolto in Kapelle (Zeeland) afrekende met AZVV uit Axel. Dennis van Wassenaar scoorde vroeg in de wedstrijd en dat doelpunt bleek genoeg voor een primeur in de clubgeschiedenis: de Eerste Klasse van de KNVB!

Die hoge status kon Seolto maar een seizoen volhouden. Het verschil was te groot en het oranje-witte peloton eindigde aan de staart. In de bekercompetitie ging het een stuk beter. Enkele uitslagen: Virtus – Seolto 1-8, SVC – Seolto 1-6, Seolto – sc Gastel 3-0. In de halve finale schakelde Halsteren de vereniging uit Zevenbergen uit met 4-1.

Nieuw seizoen, nieuwe trainer. Leo Dietvorst ging in 1998 aan de slag en hij leidde zijn elf naar de nacompetitie. Maar tegen LRC en Woudrichem speelde Seolto geen rol van betekenis. Een seizoen zonder promotie, zonder degradatie. In 2000 daarentegen werd Seolto voor het eerst in haar bestaan kampioen van de tweede klasse KNVB. De titel was binnen handbereik na negentig minuten tegen SSV’65 uit Goes. De stand 3-3 was voldoende. Sportpark De Meeren kleurde al oranje. Maar in de 97e minuut, of was het de 98e, scoorde SSV. Geen kampioen, geen promotie. Maar de 0-2 winst tegen Heinkenszand een week later was toch voldoende. En zo kwam het dat Seolto in het jubileumjaar 2001 uitkwam in de eerste klasse KNVB.

Wie de laatste tien jaar overziet kan niet anders concluderen dan dat Seolto fors aan kwaliteit heeft gewonnen. Van de onderafdeling doorstoten naar de eerste klasse is weinigen gegeven. Waarom lukte het bij Seolto dan wel? Volgens kenners zijn er twee duidelijke redenen aan te geven. Op de eerste plaats kwaliteit van de jeugdopleiding. Door een goede organisatie en de juiste mensen op de juiste plaatsen kunnen jeugdspelers doorstromen naar het eerste. Maar dan moeten daar dan wel trainers aan het bewind zijn die de jeugd een kans geven. En juist dàt hebben trainers als Peter Luijten, Cees Broeders, Cees Machielse en Leo Dietvorst altijd gedaan. Ze stelden aankomend talent in de gelegenheid aan het eerste te ruiken, de sfeer te proeven. Zo konden in het begin van de jaren negentig mannen als François de Waal, Jeroen Snuverink en Dennis van Wassenaar hun opwachting in de hoofdmacht maken.

Onder leiding van voorzitter Hans Dietvorst heeft het thans zittende jeugdbestuur een ambitieus Jeugdplan opgesteld waarmee de aanvoer van jong talent de komende jaren gewaarborgd lijkt. Want waar het in dit boekje vooral over de prestaties van het eerste elftal gaat mogen we de andere teams natuurlijk niet vergeten. Ook de andere elftallen zijn de afgelopen jaren kampioen geworden en gedegradeerd, ook zij hebben bekers gewonnen en nacompetities verloren. Het is juist de eenheid binnen de vereniging die tot mooie prestaties leidt.

Verhuizen

Het begon in het eerste kwartaal van 1993. De gemeente Zevenbergen zette een toekomstvisie op en daarin paste Seolto op sportpark Centrum niet langer. De verbazing was groot. Het verzet tegen de gemeentelijke plannen groeide. Per slot van rekening was pas in 1981 de prachtige kantine aan de Pastoor Van Kessellaan geopend. Een van de plannen was om van het sportpark een stadspark te maken. “Wat denken ze wel aan de Molenstraat…”

Gaandeweg kreeg het gezonde verstand de overhand. Als we dan toch wegmoeten, dan moeten we er maar gelijk iets moois van maken. Maar waar gaan we naartoe? Mooie locaties werden onderzocht: achter De Bosselaer, langs de Hazeldonkse Zandweg, naast sportpark De Knip. Uiteindelijk werd het sportpark De Meeren, waar toen VV Virtus en de Hockey Club Zevenbergen al zaten.

De gemeente verplichtte Seolto de relatie met de Korfbal Vereniging Zevenbergen voort te zetten. Samen op sportpark Centrum, samen naar sportpark De Meeren, luidde het devies. Seolto stelde een bouwcommissie in met Piet van Hoogdalem, Math van Wassenaar, Bertus den Brinker, Piet Broos en Wim van den Berg. Heel lang is gedebatteerd over het samen bouwen met KVZ. Er was al een akkoord over één nieuw gebouw waarin de twee clubs ieder hun eigen clubonderkomen konden inrichten. Op het allerlaatste moment haakte de KVZ af. En zo kon het gebeuren dat er op een paar centimeter van elkaar clubgebouwen verrezen van Seolto en van KVZ.

Nab Wedage werd aangesteld als leider van de bouw en op 15 juni 1994 vonden de eerste werkzaamheden plaats op de akkers aan de Westrand. Begin september dat jaar zijn de velden ingezaaid. Want een voetbalveld moet minstens een jaar oud zijn voor er op kan worden gespeeld. Voor eind 1994 was de hele accommodatie klaar. Op een clubhuis na dan.

Met veel vlagvertoon ging de eerste paal op 24 maart 1995 de grond in. Bij de ontwikkeling van de bouwplannen kon iedereen zijn wensen inbrengen. Zo is het aantal oorspronkelijk geplande kleedlokalen uitgebreid van zes naar acht. Ook de kantine groeide. Van 155 m² aan de Pastoor Van Kessellaan naar 210 m² op De Meeren. Ook werd gezorgd voor een deugdelijke berging naast de kantine.

De feestelijke opening was op 2 september 1995. Sprekers waren onder anderen wethouder Koos van de Wetering, voorzitter Frans de Waal en Piet van Hoogdalem van de bouwcommissie.

Op 18 januari 1999 nam Wim van den Berg de voorzittershamer over van Frans de Waal. Die zwaaide bijna dertien jaar de scepter over de vereniging. Toch opmerkelijk hoe weinig voorzitters Seolto heeft gehad. In zestig jaar: George Andrea, Jan Siereveld, Rook Eland, Frans de Waal en Wim van den Berg.

Laatstgenoemde tekende in 1999, 2000 en ook in het jubeljaar 2001 voor de organisatie van het Internationale Toernooi in augustus. Een prachtig toernooi voor de C-jeugd uit alle hoeken van de wereld. België, Japan, Duitsland, Roemenië, de Verenigde Staten, overal komt de jeugd vandaan om elkaar te treffen bij Seolto. Een toernooi dat in een paar jaar veel respect heeft afgedwongen en dat hopelijk nog vele jaren op de toch al rijkelijk gevulde kalender van de club mag voorkomen.